Filosofie:
filosofisch gesprek

Verdiep de grote vraagstukken van toen en nu aan de hand van filosofische vragen. Stel je voor dat de Tweede Wereldoorlog niet had plaatsgevonden, hoe zou de wereld er dan uitzien? Wat is belangrijker: vergeten of herinneren?

Leerdoelen:

  • Leren filosoferen – hardop samen nadenken over vragen waarop geen eenduidig antwoord is;
  • Zich in het perspectief van anderen kunnen verplaatsen;
  • Het verbreden van de eigen denkkaders en ideeën over de wereld.

In een filosofisch gesprek denken de leerlingen/studenten samen hardop na over vragen waarop geen eenduidig antwoord is. Filosoferen kan over allerlei onderwerpen; in feite is elk verhaal uit Atelier van Herinnering als startpunt te gebruiken. In deze lesbrief vind je de handvatten om een filosofisch gesprek mee vorm te geven en drie gespreksopzetten.

Startgedachte

Filosoferen kan vanuit allerlei thema’s. In deze lesbrief gebruiken we als voorbeeld het thema ‘vrijheid’. We beginnen met de grondbeginselen van een filosofisch gesprek. Daarmee leggen we de basis, zodat je deze zelf kunt toepassen. Aan het einde van de lesbrief staan drie gespreksopzetten voor de thema’s Herdenken nu, Vluchten en Vrijheid. Natuurlijk kun je deze lesbrief ook op andere thema’s toepassen.

Koppeling met Atelier van Herinnering

Vanuit deze lesbrief kun je met je leerlingen/studenten in gesprek over de verschillende thema’s die naar voren komen in de verhalen van Atelier van Herinnering. Het is ook mogelijk om met een gesprek te beginnen, in een volgende les één of meerdere verhalen te lezen, en op die manier een lessenreeks vorm te geven.

Van tevoren

Bepaal vanuit welk thema je de leerlingen/studenten wil laten filosoferen en bedenk daar een themavraag bij. De themavraag ligt als het ware verstopt onder het gesprek. Je stelt deze vraag niet letterlijk, maar houdt ‘m als rode draad in gedachten. Het kan zijn dat het gesprek als vanzelf op deze vraag terecht komt, of dat de vraag nooit hardop wordt gesteld. Een themavraag is bijvoorbeeld: ‘Wat is vrijheid?’

Bedenk ook een startvraag en enkele vervolgvragen. Verderop in de lesbrief worden deze begrippen verder toegelicht. Het is fijn om een lijstje van rond de tien vervolgvragen bij de hand te houden. Ze zijn meestal lang niet allemaal nodig, maar het is fijn om erop terug te kunnen vallen.

Praktisch

Een filosofisch gesprek voer je het beste in een kring, zodat alle deelnemers elkaar kunnen aankijken. Het kan prettig zijn om een bord beschikbaar te hebben voor het noteren van mooie uitspraken of onderwerpen die je even wil ‘parkeren’. Een andere vorm voor het inzichtelijk maken van kernpunten uit het gesprek is door vooraf op elke stoel een memoblokje en een pen te leggen. Op die manier kunnen leerlingen tijdens – of na –  het gesprek woorden die voor hen van belang zijn noteren. Ze kunnen de memobriefjes achteraf bijvoorbeeld op de muur plakken, zodat het gesprek wat langer beklijft en iedereen er nog eens naar kan kijken.

Welkom

Laat de leerlingen/studenten plaatsnemen in de kring en vertel dat zij samen een filosofisch gesprek zullen gaan voeren. Leg uit dat jij (de docent) er alleen bent om het gesprek op gang te helpen en waar nodig te ondersteunen – de bal ligt voornamelijk bij de leerlingen. Neem de regels van het filosofisch gesprek door:

  • We zijn nieuwsgierig naar wat een ander denkt en respecteren elkaars gedachten
  • We stellen vragen en proberen elkaar te begrijpen
  • We leggen uit wat we bedoelen
  • We weten dat er na het eerste antwoord altijd nog een antwoord mogelijk is
  • En soms weten we het antwoord niet en zoeken we samen verder

Er is dus geen goed of fout; het gaat niet om het vinden van één waarheid of antwoord, maar juist om het proces van zoeken en overdenken.

Startvraag

De startvraag zet het gesprek in gang. Een goede startvraag zorgt ervoor dat de leerlingen/studenten kunnen beginnen met nadenken en redeneren. Er zijn verschillende soorten startvragen:

  1. Gedachtenexperimenten: vragen waarin het voorstellingsvermogen centraal staat en die vooral het creatief denken stimuleren.
    ‘Wat zou er aan de wereld veranderen, als niemand vrij zou zijn?’
  2. Twee posities tegenover elkaar zetten of een rangorde aanbrengen: vragen die zoeken naar criteria en argumenten en die vooral het analytisch denken aanspreken.
    ‘Wie weet er meer over vrijheid: iemand die vrij is, of iemand die onvrij is?
  3. Vraag naar eigen ervaring: vragen die het onderwerp dicht bij de leerlingen brengen door de inbreng van eigen ervaring. Maar pas op dat het geen kringgesprek wordt waarin alleen ervaringen worden gedeeld. Het voorbeeld dat gegeven wordt, is bedoeld als aanleiding tot onderzoek met de hele klas.
    ‘Wanneer voel jij je het meest vrij?’

Je rol als gespreksleider

Als docent doe je zelf niet mee met het gesprek, want je hebt een andere, essentiële taak: die van gespreksleider. Doordat jij de randvoorwaarden van het gesprek in de gaten houdt, kan de groep op zoek gaan naar antwoorden op de filosofische vragen. De uitkomst van het gesprek staat niet van te voren vast, ook als je als gespreksleider denkt ‘het antwoord’ te hebben.

Er zijn drie filosofische vaardigheden waarop je de leerlingen/studenten tijdens het filosoferen aan kunt spreken: luisteren, creatief vragen en kritisch analytisch denken.

  1. Luisteren: vraag de leerlingen/studenten in hun eigen woorden te herhalen wat zij net gehoord denken te hebben.
  2. Creatief vragen: vraag de leerlingen/studenten hoe zij zich voorstellen wat er zojuist gezegd is.
  3. Kritisch analytisch denken: vraag de leerlingen/studenten waarop ze hun antwoorden baseren.

Daarnaast kun je tijdens het gesprek op verschillende manieren doorvragen om de leerlingen/studenten verder te helpen in hun denkproces, bijvoorbeeld:

  1. Vragen naar verduidelijking: ‘Kun je dat uitleggen?’
  2. Vragen naar redenen: ‘Waarom denk je dat?’
  3. Vragen naar vooronderstelling: ‘Waar baseer je dat op?’
  4. Vragen naar een ander gezichtspunt: ‘Kan het tegendeel waar zijn?’ of ‘denkt iemand daar anders over?’

TIP: Om het gesprek helder te houden, is het fijn om geregeld te controleren of iedereen het nog kan volgen. Maak daarbij bijvoorbeeld gebruik van de volgende vragen:
1. Wie kan even samenvatten wat er tot nu toe is gezegd?
2. Hebben we alle mogelijkheden onderzocht?
3. Hoe zijn we van het één naar het ander gekomen?

Afronding

Rond een gesprek altijd af, hoe kort of lang het ook is geweest. Dat kan bijvoorbeeld door, samen met de groep, de lijn van het gesprek na te lopen. Je kunt de leerlingen/studenten ook de mooiste uitspraken uit het gesprek laten benoemen of opschrijven – op het bord, of op de memobriefjes.

TIP: Laat je aan het einde van het gesprek niet verleiden om toch je eigen ideeën of mening te delen. Jongeren zullen je altijd als ‘meerdere’ zien en daarmee jouw mening hoger achten dan die van henzelf.

TIP: Filosoferen met jongeren is een methodiek. Leerlingen/studenten worden er beter in naarmate ze het vaker doen!

Uitgewerkte gespreksopzetten

Gespreksopzet Herdenken nu

Themavraag

Wat betekent herdenken vandaag de dag?

Startvraag

Wat zou er anders zijn aan de wereld als we de Tweede Wereldoorlog niet herdachten?

Vervolgvragen
  • Kan het herdenken van de Tweede Wereldoorlog alleen op 4 mei?
  • Wat zou er gebeuren als we elke dag 2 minuten stil zouden zijn?
  • Kun je je een moment herinneren waarop je uit jezelf met herdenken bezig was?
  • Kunnen we de Tweede Wereldoorlog nog herdenken als niemand die die oorlog heeft meegemaakt nog in leven is?
  • Als je nu zou moeten kiezen, wat zou jou dan het beste lijken: de Tweede Wereldoorlog vergeten, of herinneren?

Gespreksopzet Vluchten

Themavraag

Wat betekent het om te moeten vluchten?

Startvraag

Hoe zou de wereld eruit zien als mensen nooit hun land mochten verlaten?

Vervolgvragen
  • Kun je vluchten zonder van plek te veranderen?
  • Wat is erger: geen huis hebben, of je niet thuis voelen?
  • Kun je een situatie bedenken waarin jij zou besluiten om te vluchten?
  • Wat zou er gebeuren als iedereen één keer in z’n leven verplicht moest emigreren, en je niet zelf mocht kiezen met wie of wanneer?
  • Heeft elk mens één ‘moederland’, of kun je er meerdere hebben?

Gespreksopzet Vrijheid

Themavraag

Wat is vrijheid?

Startvraag

Wat zou er aan de wereld veranderen, als niemand vrij zou zijn?

Vervolgvragen
  • Worden mensen vrij geboren?
  • Wat is het verschil tussen je vrij voelen en vrij zijn?
  • Wie weet er meer over vrijheid: iemand die vrij is, of iemand die onvrij is?
  • Wanneer voel jij je het meest vrij?
  • Stel dat Nederland nooit bevrijd was van de nazi’s, hoe zou ons leven er dan uitzien?

TIP: Je kunt natuurlijk vanuit alle thema’s van Atelier van Herinnering filosoferen met leerlingen/studenten. Pas deze lesbrief toe en zet de vragen naar je hand. Veel plezier!

Deze lesbrief is gebaseerd op de methode ‘Filosoferen met kinderen’, oorspronkelijk vastgelegd bij NTJong (nu HNTjong) door Muriël Besemer en anderen. Ga voor meer informatie over Het Nationale Theater naar www.hnt.nl.